vrijdag 28 september 2018

Ras en wetten





Ik geef toe: toen ik vanochtend op de site van de Volkskrant dit zag, heb ik echt even achteruit gebeden. En met weemoed teruggedacht aan de tijd dat we nog een ministerie van Justitie hadden, met verstandige bewindslieden die luisterden naar het advies van minstens zo verstandige ambtenaren. Een gevoel dat niet verdween toen ik het artikel las waar die kop boven stond, iets wat me tegenwoordig zelfs bij de Volkskrant regelmatig overkomt.

Maar vervolgens dacht ik: dit kan niet. Echt niet. Daar moeten de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens toch zulke ernstige bezwaren tegen gemaakt hebben dat het kabinet dat nooit zou durven voorstellen. En dus ben ik de stukken maar eens gaan lezen. En hoewel ik geen jurist ben maar slechts een eenvoudige socioloog die zo’n veertig jaar tussen de juristen verkeerd heeft, werd me al gauw duidelijk dat het allemaal toch wat anders lag.

Om te beginnen: er staat in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting niet dat het kabinet “ras of etnische afkomst” wil vastleggen. Of “politieke opvattingen of levensbeschouwelijke overtuiging”. Of dat het de verlening van een wapenvergunning van dergelijke gegevens wil laten afhangen. Wat er staat, in artikel 44, is “Ten behoeve van de taakuitoefening op grond van de artikelen 35, 36 en 37 van de wet kan de korpschef persoonsgegevens verwerken waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen kan blijken, alsmede gegevens betreffende gezondheid, strafrechtelijke veroordelingen of strafbare feiten bedoeld in paragraaf 3.1 en 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.” Relevante zinsneden daarin zijn: “kan persoonsgegevens verwerken” en “waaruit ras of etnische afkomst … kan blijken”. Hier kom ik later nog even op terug, want er staat ook “bedoeld in …. Van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming”.

Goed, denk ik dan. Dit artikel gaat zo te zien niet over het verzamelen van gegevens (het vragen naar -bijvoorbeeld- ras) maar over gegevensbescherming. Privacy, dus. En dat betekent dat we even in die uitvoeringswet moeten kijken, of in de AVG zelf. Doen we dat, dan blijkt dat al die persoonsgegevens die in art. 44 genoemd worden, zogenoemde “bijzondere persoonsgegevens” zijn, die je alleen mag “verwerken” (registreren, bewaren, verstrekken) als dat in de wet is geregeld.

Nou ja, dat verklaart dus het waarom van dit artikel – ervan uitgaande dat je die gegevens wilt verwerken. Maar waarom zou je dat willen? Daarvoor maar eens in de memorie van toelichting gekeken, want daar zou dat toch moeten staan. En inderdaad – het staat er. Of eigenlijk: er staat niet dat het kabinet wil dat de politie deze gegevens gaat verzamelen. Er staat dat de politie, teneinde de afweging te maken of aan iemand een wapenvergunning zal worden verstrekt, allerlei gegevens zal gebruiken en dat je niet van te voren kunt weten welke: “Omdat in het geval van vuurwapens sprake is van een algemeen verbod, waarop voor enkele doeleinden («redelijk belang» in de zin van de wet), zoals beoefening van de schietsport of de jacht een uitzondering wordt gemaakt, wordt in de afweging of iemand een wapen kan worden toevertrouwd een breed scala aan gegevens betrokken. Er wordt gekeken naar het strafrechtelijk verleden, beschikbare informatie over de psychische gesteldheid van de aanvrager en de informatie afkomstig van referenten. Op voorhand is niet bekend welke informatie over de aanvrager in de politiesystemen aanwezig is of met name door de referenten naar voren worden gebracht.”
Klinkt me redelijk in de oren. Na de schietpartij in Alphen, in 2011, wilde half Nederland (in elk geval meer dan de helft van de Tweede Kamer) dat de politie alle beschikbare informatie zou betrekken bij het beslissen over een wapenvergunning. Daar lijken me zeker ook verklaringen van referenten bij te horen. Die bijvoorbeeld zoiets zouden kunnen zeggen als “Ik ken aanvrager al jaren als een steunpilaar van de kerk / synagoge / moskee / tempel” – iets waar je op z’n minst een veronderstelling over iemands religie op zou kunnen baseren. Om maar iets te noemen. Vandaar ook, trouwens, dat dat artikel 44 waarover nu ophef ontstond, al sinds 28 juli jl. in de Wet wapens en munitie staat (met terugwerkende kracht tot 25 mei, toen de AVG van kracht werd).

Nou is het natuurlijk niet echt relevant dat iets mij redelijk in de oren klinkt. Daarom dus ook maar eens gekeken naar wat de deskundigen zeggen. De Raad van State en, omdat het over persoonsgegevens gaat, de Autoriteit op dat gebied. Ik begin maar even met die laatste, want die is volgens mij het meest uitgesproken. In het advies dat de AP in 2017 uitbracht, is de conclusie dat de regering in de toen voorgelegde versie van het wetsvoorstel en de toelichting daarop, onvoldoende duidelijk maakte waarom verwerking van de in de wet genoemde bijzondere persoonsgegevens mogelijk moet zijn. Ik kan niet nagaan of de AP tevreden is met de aanpassingen en aanvullingen die naar aanleiding hiervan in de memorie van toelichting zijn doorgevoerd, maar in elk geval lees ik hier niet dat de AP zegt dat die gegevens in dit kader niet verwerkt zouden mogen worden.
De Raad van State dan? Die zou ook wel eens kritisch kunnen zijn. Nou – ja en nee. In zijn advies constateert de Raad dat nog niet duidelijk is welke gegevens in het kader van de Europese richtlijn die aanleiding is tot de wetswijziging, verwerkt moeten worden. Dat is voor de Raad geen reden om te zeggen: doe dan maar niet, maar juist om te adviseren: zorg voor een wettelijk grondslag waarbinnen alles wat eventueel nodig is, mogelijk wordt gemaakt. Concreet: bied veel ruimte in de wet en leg vast dat later in een Algemene maatregel van bestuur (waarover de Tweede Kamer niet hoeft te beslissen) geregeld kan worden om welke gegevens het precies gaat. Dit advies heeft de regering overgenomen.
Ten slotte nog die Europese richtlijn. Pittige kost, die ik niet helemaal doorgekauwd heb. Maar wat me wel duidelijk wordt Er is ook een handige wiki-pagina), is dat die richtlijn vooral bedoeld is om verspreiding van allerlei vuurwapens te voorkomen, en niet voorschrijft welke gegevens m.b.t. personen die en vergunning aanvragen, moeten worden vastgelegd (wel dat die gegevens 30 jaar moeten worden bewaard en uitgewisseld moeten worden en dat dat allemaal moet gebeuren binnen de grenzen van de geldende privacy-regelgeving).

Blijft er nog iets waarop flink wat mensen (op Twitter) aansloegen: hoe komt de regering erbij om in een wet te spreken over “ras”? Dat is toch geen hanteerbaar begrip (zoals in een ander artikel in de Volkskrant wordt duidelijk gemaakt)? Het antwoord lijkt me -los van het concrete geval waarin het komt doordat in de AVG waarnaar de wet verwijst, van “ras” gesproken wordt- nogal simpel. Ooit is het woord “ras” in de wet gekomen (zie o.a. artikel 1 van de Grondwet, art. 137 c en d van het Wetboek van strafrecht, art. 14 EVRM). Sindsdien is het behalve een omstreden biologisch begrip ook een juridisch begrip geworden, waaraan in de jurisprudentie een geheel eigen betekenis is gegeven. Iets waar je allerlei vraagtekens bij kunt plaatsen, maar wat in elk geval hanteerbaar is – en in sommige wetsteksten onontkoombaar.

Goed. Een gevalletje van door de media opgeklopte “niets aan de hand”? Nou, dat ook weer niet. Dat de huidige regering niet van plan is om naar ras, religie etc. te vragen als iemand een wapenvergunning wil hebben, is natuurlijk geen garantie voor de toekomst. Feit is dat de voorgestelde wet de deur op zijn minst op een kier zet om dat te doen. Een aanvulling, bijvoorbeeld in artikel in art 35, lid 2, lijkt me wenselijk, waarmee dan wordt geregeld dat van sommige "bijzondere persoonsgegevens" niet bij AMVB kan worden vastgesteld dat ze moeten worden vastgelegd.

Conclusie: mijn vertrek bij het ministerie dat nu weer in de eerste plaats “Justitie” heet, heeft minder rampzalige consequenties gehad dan ik op basis van het Volkskrant-artikel dacht. Wat ook wel blijkt uit deze reactie van het ministerie op de ophef. Mijn aanvankelijke verontwaardiging is daarmee echter niet afgenomen, maar die richt zich nu op de brenger van wat we met recht fake-nieuws kunnen noemen: de Volkskrant. En, ja ook op andere media die het bericht overnamen, en in het bijzonder het radioprogramma Dit is de dag, waarin de presentator het aan de Tweede Kamer aangeboden wetsvoorstel “een plannetje” noemde dat was “uitgelekt”. Maar goed, dat programma heb ik als nieuwsbron nooit serieus genomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten