Zo'n dertig jaar nadat ik dacht met "Nog eenmaal Mulder" wel klaar te zijn met de evaluatie van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv, ook wel “Wet Mulder”), begon ik me er weer eens in te verdiepen. Geïnspireerd door Merel van Rooy, die toen nog bezig was met het schrijven van "De boetefabriek", ere wie ere toekomt.
In dat boek staat al veel over hoe een harde
uitvoeringspraktijk en vooral de wens van opeenvolgende ministers van Justitie
hun departement te beschermen tegen bezuinigingen, van een redelijk elegante
oplossing voor de afdoening van verkeersovertredingen, een gedrocht maakten. In
de begin 2026 verschenen evaluatie
van de Wahv worden daar ook stevige noten over gekraakt.
Wat ik daaraan heb toe te voegen, is bescheiden. Een beetje
geschiedschrijving van de function creep, een toch wel schokkend tabelletje waarin ik de
hoogte van een referentie-Mulderboete uitdruk in uren werken tegen het bruto-minimumloon,
en een wat meer penologische analyse waarin Beccaria en Drakon figureren – meer
is het niet.
Voor wie geïnteresseerd is - het is gepubliceerd in Sancties: Het
doel voorbij – boetes als inkomstenbron
Geen opmerkingen:
Een reactie posten